Menu

Nieuws

Toerekening inkomen niet onderbouwd

16 april 2014 | Formeel recht

Een handelaar in onroerende zaken kocht in 1998 een hotel voor ruim € 450.000. Volgens een verkoopovereenkomst uit 2002 verkocht hij het hotel voor € 1.300.000 aan een inwoner van Rusland. De levering van het pand zou uiterlijk op 1 september 2005 plaatsvinden. De koper was volgens de overeenkomst verplicht om een waarborgsom € 650.000 te storten. Dat bedrag werd door de verkoper op zijn bankrekening gestort. De bank maakte een Wet MOT-melding omdat de storting in contanten werd gedaan. Er volgde een onderzoek naar deze transactie. De inspecteur legde op basis van de uitkomst van het onderzoek een navorderingsaanslag over het jaar 2002 op. In de navorderingsaanslag werd het volledige bedrag van € 650.000 tot het inkomen in box 1 gerekend.

Hof Arnhem vond het aannemelijk dat het ontvangen bedrag niet afkomstig was van de verkoop van het hotel.  De Hoge Raad vond dat oordeel van het hof voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Het hof vond dat het hele bedrag als inkomen aan 2002 moest worden toegerekend. De Hoge Raad onderschreef dat oordeel niet, omdat het niet alleen op het fingeren in dat jaar van een verkooptransactie kon worden gebaseerd. Zonder nadere motivering vindt de Hoge Raad onbegrijpelijk dat het volledige bedrag aan andere activiteiten van de handelaar kan worden toegerekend. Hof Den Bosch moet de zaak nu verder behandelen.

« Terug naar nieuwsoverzicht

Maak kennis

Heeft u interesse in een kennismaking om eventuele mogelijkheden te bespreken onder het genot van een kop koffie?
Bel ons of stuur een bericht